Het Onderwijssysteem

Het Nederlandse onderwijs wordt in de grondwet  (artikel 23) “Een voorwerp van aanhoudende zorg der regering” genoemd.

In dit deel vind je informatie over de ontwikkeling van het onderwijs vanaf de middeleeuwen tot de negentiende eeuw, over de ontwikkeling van het Nederlandse onderwijs in de negentiende eeuw, over de onderwijsvernieuwingen in de twintigste eeuw, zoals de  invoering van de Algemene Leerplicht, en de recente onderwijsvernieuwingen en de discussies daarover. Ook vind je hier een schematisch overzicht van het Nederlandse onderwijssysteem.

Wat is de geschiedenis van het Nederlandse onderwijs van de Middeleeuwen tot de negentiende eeuw?

Het Nederlandse Onderwijssysteem is voortgekomen uit de kloosterscholen. De kerk had dus veel invloed op wat er geleerd werd. In de periode van 1400 tot omstreeks 1600 bepaalde meer en meer de stad de vorm en inhoud van de school. Het instituut ‘school’ verloor zijn louter kerkelijke betekenis. Door de bureaucratisering van de stad werd lezen en schrijven steeds belangrijker. Aan het einde van de Middeleeuwen kon vermoedelijk 60% van de mannen en 40% van de vrouwen lezen en schrijven.
Er bestond een primair en secundair niveau, de kleine-kinderschool, een soort bewaarschool op primair niveau en op secundair niveau de Latijnse school, waar leerlingen in de leeftijd van 7 of 8 tot 15 jaar les kregen in Latijn.
In sommige steden kwam ook nog een andere vorm van secundair onderwijs voor: de Franse school. De leerlingen, jongens van 12 tot 15 jaar, werden voorbereid op het koopmanschap. Die Franse school werd in de periode van de Republiek (11600-1800) steeds belangrijker.

Hoe heeft het Nederlandse schoolsysteem zich ontwikkeld in de negentiende eeuw?

In Nederland werd in 1806 de eerste schoolwet ingesteld. Daarvóór was er geen sprake van een uniform schoolsysteem. Het belangrijkste doel van de schoolwet van 1806 was (basis)onderwijs dat voor iedereen bestemd was. De schoolwet moderniseerde het onderwijs ook. Men stelde eisen aan onderwijzers en hun salariëring, leermiddelen en schoolgebouwen en er vond ook controle plaats.
Verder was het algemeen christelijk karakter van het onderwijs belangrijk. Het leerstellige onderwijs – dat wil zeggen het aanleren van de dogma’s van de verschillende religies – mocht niet meer op school worden gegeven.
Via de website van ‘Verre verwanten’ kun je meer informatie vinden over de schoolwetten.

Welke ontwikkelingen hebben zich daarna in de negentiende eeuw voorgedaan in het Nederlandse onderwijs?

In de loop van de negentiende eeuw zijn er verschillende schoolwetten geweest. Sinds 1848 was de vrijheid van onderwijs verankerd in de grondwet, maar alleen het openbaar onderwijs werd gefinancierd door de overheid, terwijl in verschillende schoolwetten de eisen aan het onderwijs steeds strenger werden. Dit vormde aanleiding tot de schoolstrijd. Via deze link van het VPRO-geschiedenisprogramma OVT vind je meer informatie over de schoolstrijd.

Wanneer werd de algemene leerplicht ingevoerd en hoe is dat gegaan?

Pas in 1904 werd in Nederland de Algemene leerplicht ingevoerd. Bij deze gelegenheid werd het openbaar onderwijs financieel gelijkgesteld aan het bijzonder (confessionele) onderwijs. Zie voor meer informatie over de onderwijswetten en de invoering van de Algemene leerplicht de link naar Geschiedenis van de school in Nederland vanaf de middeleeuwen tot aan de huidige tijd door: P.Th.F.M. Boekholt en E.P. de Booy.

Hoe heeft het Nederlandse onderwijs zich ontwikkeld in de twintigste eeuw?

Tot de jaren zestig van de twintigste eeuw werden kinderen na de lagere school geselecteerd voor de volgende schooltypen: LTS, Huishoudschool (lhno), ulo, mulo, mms, hbs en gymnasium.
De Mammoetwet, die in 1968 in werking trad, bracht een grote hervormingsoperatie tot stand. Vanaf toen bestonden er als vervolg op het basisonderwijs de volgende onderwijstypen: vbo, mavo, havo vwo en gymnasium. Vervolgens zijn er vele onderwijshervormingen geweest. Zie voor een overzicht een artikel van de website van BON:  DE WETTEN (50 jaar onderwijsvernieuwing).
In 2007 is besloten tot een parlementair onderzoek naar de onderwijsvernieuwingen onder leiding van J. Dijsselbloem en in 2008 kwam de commissie Dijsselbloem met een eindrapport: Tijd voor onderwijs. Klik hier voor de Dijsselbloemkaart van de Argumentenfabriek.

Hoe ziet het Nederlandse onderwijssysteem er op dit moment uit?

In dit schema, gemaakt door Colo, de samenwerkende kenniscentra voor beroepsonderwijs en bedrijfsleven, kun je zien hoe het Nederlandse onderwijs is ingericht.

Welke discussies worden er gevoerd over het Nederlandse onderwijs?

Over de onderwerpen waarover gediscussieerd wordt in het huidige onderwijsdebat kun  je veel informatie vinden op de site van Het Nationale Onderwijs Debat. Ook op de site van BON, Beter Onderwijs in Nederland is veel te vinden over controversiële onderwijskwesties.

Ook over segregatie in het onderwijs wordt veel discussie gevoerd.  Anja Vink betoogt in haar boek Witte zwanen zwarte zwanen (2010) dat er zich een ramp voltrekt, maar Frans Verhagen zet in zijn boek Hoezo mislukt (2010) juist uiteen dat er geen reden is om al te somber te zijn over de segregatie in Nederland en ook niet over de segregatie in het onderwijs.